Naverbranding
Te fietsen | week 50

’s Winters kleed ik me vaker om voor het fietsen dan in welk ander jaargetijde ook. Terwijl ik dan toch minder vaak rondrijd, en zeker minder lang.
Daar zit een vreemde paradox in.
Punt is dat fietsen weliswaar een heel efficiënte manier van bewegen blijft, maar dat het lichaam dat de fiets voort moet stuwen niet zo heel zuinig omsprint met zijn energie. Het lijf maakt als het zich inspant nogal wat warmte aan ook in de spieren. En in de winter kan die warmte niet zo heel goed weg; omdat heel het lichaam omhuld is met kleding; om de kou van buiten te weren.
Nooit zweet mijn lijf meer dan een paar minuten na thuiskomst, als alle processen om energie naar de spieren te sturen nog lopen, terwijl die inspanning dan al niet meer nodig is.
Naverbranding, zo noem ik dit verschijnsel.
Mocht daarbij ook het weer nog tegenwerken, en me telkens natregenen onderweg, dan is het niet vreemd als tal van radiatoren thuis telkens weer bedekt worden met kledingstukken die drogen moesten. Kleding die allemaal door mij tot fietskleding is bestempeld, anders dan gewone kleding, of daagse kleding. Omkleedkleren.
En hoewel ik er vrij goed in ben geworden om in te schatten welk jack en welke trui het best passen bij het weer buiten — om het behaaglijk te hebben op de fiets — lijkt me niet dat het ooit lukt om me perfect te kleden in de wintertijd. Naverbranding is er altijd als ik meer dan tien kilometer fietste. En ik kleed me liever iets te warm dan net te koud.
Enkel toen ik nog hardliep, maakte ik in de winter weleens een duurloop met alleen een hemdje en een broekje aan — want daar ging ik zo lekker van gloeien eenmaal weer thuis gekomen. Maar zoiets kan op de fiets helemaal niet. Domweg omdat het verkeer en de infrastructuur je ook zo vaak tijdelijk tot stilstand dwingen.
[x]#12826 fan maandag 12 december 2016 @ 12:28:37



