Op fietse | 02

Zeven keer won Lance Armstrong de Ronde van Frankrijk. Zeven jaar aaneen. Maar nog bijzonderder dan deze prestatie, of dat hij nooit op dopinggebruik werd betrapt, is dat Armstrong al die keren verschoond bleef van pech.
Geen enkele lekke band kreeg hij, geen kabelbreuk, geen etenszakje in het voorwiel.
Slechts éen val was er al die jaren, bergop, in 2003. En toen bleef zijn grootste concurrent, Jan Ullrich, nog wachten ook, omdat hij niet wilde winnen door de pech van een ander.
Achtendertig is Lance Armstrong nu. Bijna negenendertig. Een leeftijd waarop bijna niemand meer nog professioneel aan sport doet. De honger is dan vaak ook wel gestild. Maar Armstrong wil de Tour nog voor een achtste keer winnen.
Daartoe heeft hij zelfs een eigen wielerploeg opgericht.
Alleen overkomt hem nu steeds waar hij in zijn gloriejaren immuun voor was. Hij valt. Regelmatig. En hij krijgt lekke banden als dat niet uitkomt.
En het merkwaardige is: alleen die herhaalde pech toont al aan dat hij geen absolute top meer is. Kampioenen overkomt dat niet, die dwingen zulk geluk af. [Al weet ik ook wel dat dit wetenschappelijk gesproken onzin is].
Daarom ook is de Nederlander Robert Gesink een renner om niet te veel van te verwachten. Die valt altijd wel een keer, en breekt of scheurt dan wat. Die rijdt ineens een etappe veel minder dan de dagen daarvoor.
[x]#7600 fan woensdag 7 juli 2010 @ 11:53:35



